Innovaties voor betere zorg
Fasco van Ommen is klinisch fysicus bij HollandPTC. Met zijn collega klinisch fysici is hij niet alleen verantwoordelijk voor de techniek van de behandelingen, maar ook voor kwaliteit, innovatie, protocollen en stralingsveiligheid. Hij blikt graag terug op het afgelopen jaar, waar ontwikkelingen variërend van patiëntpositionering tot kwaliteitsborging de cruciale rol van innovatie in de zorg laten zien.
Patiëntvriendelijke positionering
Fasco: “De gezondheidszorg is een dynamische wereld. Continue innovatie is essentieel om de patiëntenzorg te verbeteren en de efficiëntie te verhogen. Een van onze innovaties waar ik trots op ben is de Surface Guided Proton Therapy. Een hulpmiddel bij de patiëntpositionering op de behandeltafel, met behulp van camera’s.
Deze camera’s matchen de contouren van de patiënt in real time met een eerder gemaakte CT-scan, waardoor de patiënt uiterst nauwkeurig op de behandeltafel in de juiste positie gelegd kan worden. De laatste check gebeurt met een cone beam CT met minimale straling.
Deze methode is niet alleen efficiënt, maar de patiënt wordt ook tijdens de behandeling continu met de camera’s gemonitord. Als de patiënt beweegt, bijvoorbeeld door hoesten of verliggen, kan de behandeling worden gepauzeerd zodat de positie hersteld kan worden. We zijn drie jaar geleden gestart met deze methode bij borstkankerpatiënten, maar we hebben dit afgelopen jaar uitgebreid naar long-, slokdarm- en lymfoompatiënten met een tumor in het thoraxgebied. De voordelen voor de patiënt zijn groot: korter op de behandeltafel liggen en minder straling doordat we de CBCT’s minder vaak moeten herhalen.”
Virtuele dry run
Ook de virtuele dry run is een voorbeeld van innovatie, die zowel voor patiënt als voor HollandPTC vele voordelen biedt. Fasco licht dit toe: “Bij borsttumorbestraling wordt de tumor (meestal) vanuit drie hoeken bestraald. De juiste afstand van de ‘snout’, het uitschuifbare deel van het bestralingsapparaat, tot aan de patiënt is hierbij cruciaal. Hoe dichter de snout bij de patiënt kan staan, hoe verfijnder de dosisverdeling.
We maken voordat de behandeling start een plannings-CT in de CT-ruimte, gevolgd door een handmatige instelling in de bestralingsruimte (genaamd de dry run). Hier wordt de patiënt opnieuw ingesteld om de juiste afstanden van de snout te bepalen. Deze handelingen zijn niet op dezelfde plek en daardoor moet de patiënt zich verplaatsen over de afdeling. Het aan- en uitkleden en wachten is niet alleen voor de patiënt vervelend, ook voor de planning in ons centrum is dit niet ideaal. Deze instellingen doen we tussen de behandelingen van andere patiënten door.
Op dit moment draaien we een pilot, waarin we tijdens de plannings-CT een extra scan met lage stralingsdosis maken, zodat armen, polsen en steunen volledig in beeld zijn. Eigenlijk maken we een virtuele opstelling van de daadwerkelijke behandelsituatie. Hierdoor kunnen we in ons planningssysteem de juiste snoutpositie virtueel bepalen onder de exacte ligcondities. Dit biedt veel voordelen: geen extra verplaatsing of kwetsbare situaties voor de patiënt en een veel efficiëntere inzet van de behandelruimtes omdat deze niet meer deels bezet worden voor de voorbereiding van behandelingen.
In 2025 hebben we veel voorwerk gedaan voor deze manier van werken. Op dit moment worden de virtuele en fysieke metingen nog parallel uitgevoerd, maar als de resultaten zo goed blijven als dat we nu voorzien, gaat dit onze standaard werkwijze worden.”
Geautomatiseerde data-analyse
“Als klinisch fysici zijn we ook verantwoordelijk voor de kwaliteit en de constante resultaten van al onze apparatuur”, vervolgt Fasco. “Dit gaat niet alleen om de gantry, ons bestralingsapparaat, maar ook om de MRI- en CT-scanners. Via periodieke metingen wordt de kwaliteit hiervan bewaakt. Sommige metingen zijn wekelijks, andere maandelijks of driemaandelijks. De waardes moeten binnen een bepaalde bandbreedte blijven, dat noemen we de limieten. De juiste waarden zijn essentieel voor veilige en kwalitatieve zorg. Een afwijking hierin is geen optie. Je kunt je voorstellen dat elke meting een grote hoeveelheid aan data geeft wat bestudeerd moet worden.
We hebben een systeem geïmplementeerd dat onze meetresultaten overzichtelijk presenteert met een kleurcodering op basis van vooraf vastgelegde limieten. Dit maakt beoordelen van de gegevens veel eenvoudiger. In principe hoeven we alleen de data in te duiken bij een gele of rode markering, wat een signaal is dat er mogelijk een afwijking is.”
Samen voor de juiste zorg
Fasco sluit af: “Deze drie innovaties illustreren onze voortdurende inspanningen om protonentherapie veiliger, efficiënter en patiëntvriendelijker te maken. Sommige innovaties zijn voor de patiënt direct zichtbaar en merkbaar, andere aanpassingen en technische controles vinden achter de schermen plaats. Alles voor, zoals we dit vaak zeggen als klinisch fysici, ‘de juiste dosis op de juiste plek’. De synergie tussen onze artsen, MBB’ers en klinisch fysici is hierbij van fundamenteel belang, zo kunnen we samen de juiste zorg leveren.”