Van planvergelijking tot proton arc

Koen Crama werkt al zes jaar bij HollandPTC en vervult binnen team zorgontwikkeling de rol van advanced practitioner met als aandachtsgebied treatment planning. Hoewel hij formeel vanuit het LUMC werkt en zijn tijd verdeelt tussen Leiden en Delft, voelt die scheiding in de praktijk nauwelijks zo.

“Ik ben officieel in dienst van het LUMC, maar ik voel me net zo goed onderdeel van HollandPTC. Die combinatie maakt het werk juist interessant.”

De stap richting protonen

De keuze voor protonentherapie kwam niet uit het niets. Voor zijn overstap werkte Koen zeventien jaar in het Amsterdam UMC als advanced practitioner in treatment planning. Daar raakte hij al betrokken bij plannen voor een Amsterdams protonencentrum, het APTC.

“Daar is eigenlijk de interesse in protonen ontstaan. Toen dat centrum er uiteindelijk niet kwam, ben ik gaan kijken hoe ik zelf die kant op kon bewegen.”

Die zoektocht bracht hem uiteindelijk bij HollandPTC in Delft. Met 52 kilometer afstand bleek dat een haalbare stap.

“Groningen en Maastricht waren gewoon te ver. Delft was goed te doen, en met wat extra overtuiging vanuit collega’s heb ik de stap gezet.”

Werken tussen twee werelden

Koen startte via een detachering vanuit het LUMC, met als doel om een brug te slaan tussen beide instellingen. Die rol is nog steeds zichtbaar in zijn werk.

“Vanaf het begin heb ik gewerkt aan het opzetten van planvergelijkingen, onder andere voor mamma-, long- en hoofd-halsbehandelingen. Dat was een belangrijke stap om keuzes in de kliniek goed te kunnen onderbouwen.”

Naast zijn klinische werkzaamheden is hij betrokken bij verschillende projecten, waaronder het verbeteren van de hoofd-hals techniek. Die inzet heeft resultaat opgeleverd.

“Uit onderzoek zien we dat de plannen die we maken, ook in Europees perspectief goed meekomen. Dat is iets waar we als team echt naartoe hebben gewerkt”.

De link tussen onderzoek en kliniek

De laatste jaren verschuift zijn werk steeds meer richting onderzoek, vaak met een duidelijke verbinding naar de praktijk.

“Ik probeer onderzoekers en PhD’ers te helpen om hun werk zo dicht mogelijk bij de kliniek te houden. Niet alleen onderzoeken wat kan, maar vooral ook wat we er in de praktijk mee kunnen.”

Die rol sluit aan bij zijn interesse in technologische ontwikkelingen binnen de radiotherapie. Nieuwe mogelijkheden vertaalt hij naar toepassingen binnen het team.

“Je wilt dat innovaties niet los blijven staan van het werk in de kliniek. Juist de vertaalslag maakt het waardevol.”

Vooruitkijken naar nieuwe technieken

Een van de ontwikkelingen waar Koen zich momenteel op richt, is proton arc.

“Ik verwacht dat proton arc in de toekomst een vergelijkbare impact kan hebben als VMAT destijds had binnen de fotonentherapie.”

Doordat hij ook in een fotonenkliniek werkt, blijft hij op de hoogte van ontwikkelingen zoals online adaptive radiotherapie. Die kennis neemt hij mee naar Delft.

“Het helpt dat ik in beide werelden werk. Innovaties die daar ontstaan, kan ik hier weer gebruiken om verder te bouwen.”

Voor Koen blijft het vakgebied volop in beweging.

“Er gebeurt veel en er komt nog veel aan. Dat maakt dat ik me hier de komende jaren nog volop mee bezig wil houden.”